Privacy

Het is bijna niet voor te stellen, maar ik heb eens een gezichtsbehandeling gegeven terwijl er op datzelfde moment in dezelfde kamer een mevrouw ‘de grote boodschap’ aan het doen was. Dit klinkt absurd; dat wás het ook!

Op regelmatige basis behandelde ik een dame op leeftijd in een verzorgingshuis. De eerste jaren in een speciaal hiervoor ingerichte ruimte, de jaren erna in haar eigen kamer. Tót die ene keer dat ze tijdelijk geen eigen kamer had, maar deze moest delen met andere ouderen. In het bed tegenover haar riep een dementerende mevrouw herhaaldelijk en verward: ‘Kan iemand mij helpen?’ Niemand reageerde, terwijl er toch geregeld een verzorgster langsliep. Ik veronderstelde dat deze mevrouw dit blijkbaar de gehele dag uitkraamde. ‘Help me nou. Hallooooo, ik moet hoor. Ik doe het in mijn broek.’ Ik vroeg aan mijn klant of ze zich er niet teveel aan stoorde. Maar ze was blij afleiding te hebben. De dame trok echter steeds dringender de aandacht. Eén van de verzorgsters gaf toe aan haar smekende verzoek en installeerde haar in een soort ‘plasrolstoel’. Een rolstoel met, zo ik begreep, een gat in het zitvlak. Niet veel later hoorden we haar mompelen dat het verkeerd ging. ‘Ik plas ernaast hoor. Ik voel het zo langs mijn benen lopen. Help.’ En inderdaad, er vormde zich een plasje op de betonnen vloer. Ik begon het een beetje sneu te vinden en probeerde me te blijven focussen op de gezichtsbehandeling. De verpleegster dweilde de vloer en zei terloops dat ze toch een algehele wasbeurt nodig had. Dat ritueel vond plaats direct naast het bed van mijn klant. De zuster trok het gordijn tussen haar en ons dicht. Een beetje privacy – voor beide partijen – was bepaald op z’n plaats. Terwijl de zuster de bejaarde vrouw in de rolstoel aan het wassen was, riep ze weerzinwekkend dat ze het niet alleen bij plassen kon laten en ‘het niet meer hield’. De vrouw in witte jas antwoordde dat ze het rustig mocht laten gaan, omdat er een teiltje onder haar stoel stond. Dus terwijl mijn klant onder mijn masserende handen probeerde te ontspannen, ging mevrouw op anderhalve meter afstand een partijtje ongegeneerd haar behoefte doen. Ik verbaasde me over de onmenselijkheid van dit tafereel. Mochten ze dan niet één klein momentje voor zichzelf hebben? De lucht die onder haar rolstoel vandaan kwam, viel niet te rijmen met de heerlijk geurende aroma’s die normaal gesproken de behandelkamer vernevelen. Nadat ze gewassen was, opende de verzorgster het gordijn. Ik keek recht in het goed gevulde zinken emmertje. Het werd ‘zo lang’ even op de kleine vuilnisbak onder de wastafel gezet, terwijl de verpleegster haar naar de gemeenschappelijke ruimte rolde. Ik beëindigde de behandeling en zag dat mijn klant lichtelijk beteuterd voor zich uit staarde. Ik beloofde haar dat ik de volgende keer een aparte kamer zou regelen. Liever hoopte ik dat deze mensonterende situaties in de toekomst niet meer zouden voorkomen. Tot die tijd was mijn aandeel om haar eens in de vier weken anderhalf uur te onttrekken aan de harde werkelijkheid.